VAHINI'S
INHOUD
BABABOOKS



 

 
 


17. Mijn leven is Mijn boodschap *

HET LEVEN VAN SATHYA SAI BABA

 

 

In de tachtiger jaren kreeg Puttaparthi een busstation en kwamen er goed berijdbare wegen en in de ashram werden veel nieuwe flats gebouwd met stromend water, toilet en douche. Bovendien werd in 1984 het oude ziekenhuis vervangen door een nieuw gebouw, groter en zeer goed geoutilleerd. Het kreeg honderd bedden, een operatiekamer, een laboratorium enzovoort.
In de negentiger jaren kwam er een aparte Westerse kantine, een museum en een vliegveld. Bovendien werd de zogenaamde compound - het terrein voor de tempel - overdekt zodat de devotees geen last meer zouden hebben van zon en regen.
Verder werd er begin negentiger jaren niet ver van het nieuwe vliegveld nog een tweede ziekenhuis gebouwd. Op de dag voor Baba's 65ste verjaardag vond de officiële opening plaats van dit Super Speciality Hospital, een ziekenhuis met driehonderd bedden, dat zich met name zou richten op grote operaties aan hart, longen, nieren, hersens en ogen. Nog geen jaar eerder had Baba opdracht gegeven tot de bouw ervan en duizenden arbeiders waren erin geslaagd dit project in zeer korte tijd tot stand te brengen. Vooraanstaande chirurgen uit heel India komen speciaal naar dit ziekenhuis, niet om het geld, maar om te dienen, en voor de patiënten zijn alle voorzieningen gratis. Op de dag van de opening werden direct al de eerste twee hartoperaties uitgevoerd.
Het museum is indertijd heel klein begonnen op de eerste verdieping van het bibliotheekgebouw dat onderdeel uitmaakt van het college in Brindavan. In 1990 werd in Puttaparthi een nieuw museum gebouwd, het Sri Sathya Sai Sanathan Samskriti - in het Nederlands het Onvergankelijk Erfgoed Museum genoemd. Het staat op de heuvel naast het administratiegebouw van de universiteit. Met behulp van teksten, foto's en tekeningen, maquettes, beelden, muziekinstrumenten, heilige boeken en allerhande andere voorwerpen en een video- en diapresentatie wordt hier een beeld gegeven van zeer vele godsdiensten, de schepping, het leven en de leringen van Rama en Krishna en van Sai Baba's vorige en huidige belichaming. De nadruk ligt hierbij op één wereld, één godsdienst.

Iedere dag krijgt Baba honderden brieven, deels per post en deels tijdens darshan van de aanwezige devotees.
Op een dag vroeg een van zijn medewerkers: 'Swami, waar haalt u de tijd vandaan om al die brieven te lezen?'
'Pak eens een willekeurige brief,' zei Baba, wijzend op de enorme stapel brieven die de postbode zojuist had bezorgd.
Hij groef in de stapel en haalde er een tevoorschijn. Vóór hij de brief kon openen, hield Baba zijn hand tegen en zei: 'Deze brief komt van een oude vrouw uit Bhubaneshwar. In haar brief bedankt zij mij voor de genezing van haar kleinzoon en als tastbaar bewijs van haar dank heeft zij een biljet van één roepie ingesloten. Zo, maak de brief nu maar open.'
Tot zijn verbazing klopte Baba's verhaal precies met de inhoud van de brief.
'Ik hoef de brieven dus niet te lezen,' legde Baba hem uit. 'Ik weet de inhoud. Het is zelfs nog sterker: op het ogenblik dat de gedachte wordt gevormd in de geest van een devotee, bereikt deze mij, ook al moet hij nog beginnen met het schrijven van zijn brief.'
Een andere keer heeft Baba in een zelfde soort geval iemand de inhoud verteld van een brief die de volgende dag pas per post arriveerde in de ashram.
Overigens is het niet zijn gewoonte om de brieven die hij ontvangt, aan anderen te laten lezen of hun de inhoud te vertellen, zeker niet wanneer er persoonlijke zaken in zo'n brief aan de orde komen. Normaal gesproken mag niemand een aan Sai Baba gerichte brief openen. Dit waren verantwoorde uitzonderingen, nodig om twijfelaars te overtuigen van zijn alwetendheid.
Incidenteel beantwoordt Baba vertrouwelijke post van devotees door het sturen van een brief. Vanwege het vertrouwelijke karakter schrijft hij dat antwoord zelf en plakt hij de envelop persoonlijk dicht. Hij dicteert zo'n brief dus niet aan een van de medewerkers, die hem vervolgens uittypt.
Lange tijd heeft Baba aangetekende brieven persoonlijk in ontvangst genomen en zelf voor ontvangst getekend. Dit had tot gevolg dat devotees die eigenlijk niets belangrijks te melden hadden, aangetekende brieven gingen sturen om op die manier zijn handtekening te krijgen! Tegenwoordig gebruikt een van de medewerkers een stempeltje met zijn handtekening voor het in ontvangst nemen van dergelijke brieven.

Wanneer Baba in Prasanthi Nilayam is, geeft hij meestal iedere morgen en middag darshan. Langzaam loopt hij langs de studenten en docenten, langs de vrouwenkant en langs de mannenkant, terwijl hij hier en daar brieven aanpakt, zakjes vibhuti en medailles die men hem voorhoudt, zegent, enkele woorden van troost of bemoediging spreekt, een vraag beantwoordt of een grapje maakt en zo nu en dan ook vibhuti materialiseert voor een devotee. Soms weigert hij een brief aan te nemen, bijvoorbeeld wanneer iemand iets vraagt wat niet goed voor hem zou zijn of wanneer er een loterijbriefje in zit dat iemand wil laten zegenen. Vroeger probeerden velen zijn voeten aan te raken wanneer hij even stilstond. Sinds juli 2001 staat Baba dit niet meer toe, 'want jij en ik zijn één. God woont in alle wezens. Hetzelfde atma is aanwezig in jou, mij en iedereen.' Daarom is het niet nodig de voeten aan te raken als eerbetoon. Wil je Baba toch eervol groeten, doe dat dan in gedachten.
Een bezoek aan de ashram is voor velen een onvergetelijke ervaring en als Baba wil dat jij naar hem toekomt, dan neemt hij alle belemmeringen weg die dat zouden kunnen verhinderen. Maar hij zegt ook dat het niet nodig is om naar Puttaparthi te komen om zijn aandacht op je te vestigen. Voelje de behoefte om te gaan, ga dan, maar bedenk dat hij bij je is, waar je je ook bevindt.
Tijdens darshan nodigt Sai Baba mensen uit voor een interview. Hij spreekt iemand aan en vraagt bijvoorbeeld: 'Uit hoeveel personen bestaat jullie groep?' en vervolgens loopt hij zwijgend door of zegt: 'Ga!' Dat laatste is het sein dat alle leden van de betreffende groep zich mogen verzamelen vóór de interviewkamer om daar te wachten tot hij klaar is met darshan. Tijdens het interview materialiseert hij meestal vibhuti, medailles, ringen of japamala's, want zijn wonderen zijn zijn visitekaartje, het bewijs dat hij is wie hij zegt dat hij is. Verder stelt hij vragen en beantwoordt hij vragen van de aanwezigen. Sai Baba zegt dat je een interview krijgt wanneer je dat nodig hebt, bijvoorbeeld om je geloof te versterken of om je extra kracht te geven om je problemen aan te kunnen. Denk dus niet dat iemand die geen interview krijgt, dat niet waard is! Alleen Baba kent verleden, heden en toekomst en dus kan alleen hij bepalen wie een interview nodig heeft.
Zo was er eens een politie-inspecteur die buiten de interviewkamer enigszins uitdagend tegen een vriend zei: 'Wanneer hij mij iets kan vertellen over een bepaalde gebeurtenis in mijn leven, dan neem ik mijn petje voor hem af.'
Na het interview zei hij vol vreugde tegen deze vriend: 'Hij weet alles, van A tot Z, alle officiële feiten en alle onofficiële.'
Om te bewijzen dat hij echt alles weet, zei Baba eens tegen een Amerikaans echtpaar tijdens een interview: 'Zijn jullie vandaag niet 33 jaar getrouwd?'
Met open mond staarden zij hem aan. Toen drong het tot hen door dat hij gelijk had. Vervolgens materialiseerde hij een ring met zijn eigen portret en legde die op de trillende hand van de vrouw met de woorden: 'Doe deze om de vinger van je echtgenoot.'
Weer maakte hij het bekende draaiende handgebaar en nu verscheen er een gouden ketting met daaraan een lotus. Hij vroeg de echtgenoot om deze om de hals van zijn vrouw te doen. Hun gezichten straalden van liefde en vreugde.
Omstreeks 1960 bracht een gezin een bezoek aan Shirdi en zij besloten om vandaar verder te reizen naar Pandharpur om daar de Heer te aanbidden in de vorm van Panduranga. Als gevolg van hevige regen en overstromingen konden er evenwel nauwelijks treinen rijden en zij slaagden er daardoor niet in Pandharpur te bereiken. Toen zij korte tijd later bij Sai Baba kwamen, vroeg hij de bejaarde ouders van het gezin tijdens het interview voor hun vertrek: 'Jullie konden Panduranga niet zien, he? Het schijnt jullie veel verdriet te doen dat jullie pelgrimsreis halverwege moest worden afgebroken. We I, als jullie darshan willen hebben van Panduranga, kijk dan naar mij.'
Zij keken en werden toen overweldigd door vreugde. Zij hadden hun darshan van Panduranga!
De man in het volgende verhaal kreeg van Baba een privé-interview. Hij had de gewoonte om dagelijks de 108 namen van God te reciteren en op donderdag reciteerde hij de 1008 namen. Wanneer hij daarmee gereed was, liet hij zich plat op de grond vallen voor Baba's portret en daarbij stelde hij zich voor dat hij diens voeten met beide handen omvatte. Hij stelde zich dan voor dat de voeten zich bevonden in de ruimte tussen zijn handpalmen. Hij genoot iedere dag weer zo van dat beeld dat hij tranen in zijn ogen kreeg. Toen hij naar Prasanthi Nilayam kwam, gaf Baba hem een interview en tijdens dat interview zei hij tegen hem: 'Kijk eens naar mijn voeten, zoals ik nu voor je sta. Let eens op de ruimte die ik nodig heb om mijn beide voeten op een prettige manier op de grond te kunnen zetten. Je houdt je handpalmen niet ver genoeg van elkaar; daardoor moet ik iedere keer als je mij wilt vereren, mijn voeten krampachtig tegen elkaar drukken. Houd ze iets verder uit elkaar!'
Een ander humoristisch voorval deed zich voor tijdens een interview waarbij een man uit Denemarken aanwezig was. Tot zijn grote vreugde kreeg deze man verscheidene interviews en op een gegeven moment belde hij naar huis om zijn vrouw te laten delen in zijn vreugde. Zij was echter niet zo vrolijk, want tijdens de afwezigheid van haar man was de verwarming kapot gegaan, had de wasmachine het begeven en waren er nog enkele andere dingen misgegaan. Zij was daardoor behoorlijk geïrriteerd en in gedachten gaf zij Baba de schuld van alles. 'Waarom geeft u hem zoveel aandacht, Swami, en geeft u mij alleen maar problemen?' dacht zij herhaaldelijk.
Tezelfdertijd riep Baba haar echtgenoot weer voor een interview en tijdens dat interview zei hij tegen hem: 'Je vrouw is behoorlijk humeurig.'
De echtgenoot, die niets wist van de problemen thuis, antwoordde: 'Nee, Swami. Zij is erg lief.' Maar Baba hield vol: 'Maar ze wordt wel erg gauw kwaad.'
'Maar Swami, ik heb geen problemen met haar.'
'Nee, antwoorde Baba, 'jij hebt misschien géén problemen met haar...'
De volgende gebeurtenis speelde zich alweer vele jaren geleden af. Tijdens een interview zei Sai Baba tegen een jonge vrouw: 'Ik heb je gered van verlamming.'
'Ja,' antwoordde zij - en daar bleef het gesprek bij.
Na het interview ging haar vader, de Amerikaanse zakenman James Sinclair, die ook bij het interview aanwezig was geweest, naar haar toe en vroeg: 'Marlene, wat zei Swami tegen jou, waarop jij "ja" zei?'
Voordat nu haar antwoord volgt, moeten we even terug in de tijd. De betreffende jonge vrouw deed aan paardensport en was daarin tamelijk succesvol. Met een jong paard dat zij zelf had getraind, deed zij op een keer mee aan een springconcours. Zij naderde in galop een zeer hoge hindernis toen het paard struikelde. Zij vloog als eerste over de hindernis en landde met haar hoofd op de grond. Daarna landde het achthonderd kilo wegende paard bovenop haar. Het medische team had 45 minuten nodig om haar te bevrijden waarna zij met spoed naar het ziekenhuis werd gebracht. Toen haar vader, die telefonisch was gewaarschuwd, enige tijd later in het ziekenhuis aankwam, was haar toestand stabiel. Hij had een pakje vibhuti meegebracht en hij legde zijn dochter uit wat dat was. Vervolgens smeerde hij wat vibhuti op de wonden in haar gezicht en hij deed wat op haar tong. Toen hij de volgende ochtend weer kwam, was haar gezieht volledig genezen. Er was geen wond meer te zien.
Maar nu terug naar de vraag van haar vader na het interview: 'Marlene, wat zei Swami tegen jou, waarop jij "ja" zei?'
Zij antwoordde: 'Pa, ik heb het je nooit verteld, maar dat kan ik nu wel doen. Bij het ongeluk tijdens het springconcours indertijd werd ik blind en raakte ik verlamd. Maar al die tijd dat ik daar lag in de regen, en al die tijd in de ziekenwagen, op de eerste hulp en de hele nacht in het ziekenhuis, voelde ik dat er iemand heel dicht bij mij was. En nog vóór jij bij mij kwam, kon ik weer zien en was de verlamming verdwenen.'

Sai Baba besteedt altijd veel aandacht aan de jongeren, want zij zijn de leiders van de toekomst. Hij maakt hen tot zijn instrument. Op een keer zei hij tegen een groep van zijn studenten: 'Jullie zijn allemaal ledematen van mij, die door mij worden gevoed en gekoesterd. Jullie vormen het Sai-lichaam. Sai zal jullie voeden waar je ook bent, wat je ook doet, op voorwaarde dat je Sai dát geeft waar Sai het meest naar verlangt: deugd, geloof, discipline, nederigheid, eerbied.'
Ook ouders en leraren moeten veel aandacht besteden aan de jeugd en zij moeten hun het goede voorbeeld geven. Kinderen behoren op te groeien in een atmosfeer van devotie, wederzijdse dienstverlening en samenwerking. Zorg daarom, zegt Baba, voor een goede sfeer in huis, voor harmonie en geluk, vrij van ruzie en fanatisme. Laten alle bewoners leren samen te leven in verdraagzaamheid en liefde. Leer te leven met andere meningen en andere temperamenten. Probeer de anderen te begrijpen; wees gelukkig wanneer anderen gelukkig zijn en wees mededogend wanneer anderen verdriet hebben.
Onderwijs dient tegenwoordig nog slechts om later in het levensonderhoud te kunnen voorzien, niet meer om te leren het doel van het leven te bereiken. Dat eerste is wel van belang, maar dat mag niet ten koste gaan van de spirituele opvoeding. Deze laatste doet de inherente goddelijkheid in de mens ontwaken. Spirituele opvoeding is voor het leven, wereldse opvoeding voor het levensonderhoud. Wereldse opvoeding is van kortstondige aard. Lezen, schrijven, de kost verdienen en naam en faam verwerven zijn het resultaat van wereldse opvoeding. Bij spirituele opvoeding gaat het om mededogen, waarheid, verdraagzaamheid en liefde. Tegenwoordig verwachten ouders van hun kinderen dat zij een hoge opleiding zullen volgen, rijkdom zullen vergaren en groot zullen worden; slechts weinigen willen dat hun kinderen goed worden. Goedheid is langdurig, terwijl grootheid tijdelijk is. Over de hele wereld bidden mensen om vrede, maar deze kan slechts bereikt worden door de juiste opvoeding, namelijk de opvoeding tot liefde. Zonder liefde heeft het leven geen enkele waarde!
De onderwijsinstellingen van Sai Baba - die onderwijs omvatten dat loopt van kleuterschool tot universiteit en dat geheel kosteloos is - willen een voorbeeld zijn voor alle andere scholen. Reeds in 1978 heeft Sai Baba een cursus spiritueel onderwijs georganiseerd voor 665 onderwijzers die waren uitgekozen door de deelstaatregering van Andhra Pradesh. De regering had namelijk de resultaten op onderwijsgebied gezien van de Sai-organisatie en had aan Baba gevraagd de onderwijzers van de deelstaat een oriëntatiecursus te geven met als doel de lagere scholen in de hele staat om te vormen tot plaatsen van werk, aanbidding en wijsheid, van liefde en dienstverlening. De nadruk van de training lag op gebed, muziek, dans, tekenen en ouderparticipatie. Sindsdien zijn er nog vele cursussen georganiseerd voor docenten en inmiddels is Baba's opvoedingsmethode gebaseerd op de menselijke waarden overgenomen door de onderwijsautoriteiten van geheel India en ook in enkele andere landen zijn er al scholen die hun onderwijs volledig hebben gebaseerd op deze methode. In juli 2001 werd er in Prasanthi Nilayam een conferentie gehouden waar duizenden leerkrachten uit de gehele wereld aan deelnamen. Tijdens die conferentie werd er een spiritueel actieplan geïntroduceerd onder de titel Sathya Sai Educare. Bij dit actieplan gaat het om onderwijs in menselijke waarden, dat vervolgens moet worden vertaald naar handelen. Het zal uiteindelijk alle kinderen van de gehele wereld moeten bereiken en het zal de mens in staat stellen om God in zichzelf te ervaren.
Via het onderwijs wordt Baba's boodschap dus verspreid, maar ook vele anderen willen zijn boodschap graag uitdragen. Zij geven lezingen, organiseren bijeenkomsten en schrijven artikelen in kranten en tijdschriften. Sai Baba wijst er echter op dat de devotees zijn boodschap in eerste instantie moeten uitdragen door hun gedrag. Wees liefde in gedachte, woord en daad. Maak al je handelingen tot seva (onbaatzuchtige dienstverlening)!
Daardoor zullen de mensen je herkennen als Sai-devotee.
Een beroemd dichter en prediker zei eens tegen Baba: 'Swami, zoals u weet, heb ik in talloze landen lezingen gegeven over godsdienst. Ik ben in Amerika, Rusland en Japan geweest. Wanneer u dat wilt, zal ik de rest van mijn leven van continent naar continent vliegen om de boodschap van uw komst op aarde te verkondigen.'
'Maakje niet druk over mijn komst,' antwoordde Baba. 'Maak je druk over je eigen toekomst. Ik zou willen dat iemand jou zou kortwieken om je op een vaste plek te houden, opdat je wat sadhana (spirituele oefeningen) kunt doen en zo jezelf kunt redden voor het te laat is. '

Alle studenten van de Sai-scholen nemen deel aan sevaprojecten. Zij houden het terrein van hun school schoon, helpen bij het verbouwen van groenten en doen nog vele andere plaatselijke werkzaamheden. Daarnaast adopteren groepen studenten dorpen en helpen zij bij rampen. Bij het adopteren van een dorp gaat het om het aanleggen van wegen, het slaan van putten, het opzetten van een medische post zowel voor mensen als voor dieren enzovoort. Bovendien leren zij de plaatselijke bevolking hoe zij de dieren beter kunnen verzorgen en hoe hygiëne ziektes kan voorkomen. In verband met die hygiëne houden zij zich ook bezig met het schoonmaken van het dorp, het opruimen van alle vuilnis dat door de meeste bewoners maar gewoon ergens neergegooid wordt.
Net als de studenten zou iedere devotee zich moeten bezighouden met seva. Om het pad van liefde te kunnen volgen, is dienstverlening aan je medeschepselen een noodzaak. Wanneer je je ervan bewust bent dat alles één is, leidt dat vanzelf tot dienstverlening. Liefde neemt toe door seva en wanneer het druppels van liefde regent, zal de rivier van liefde vol vreugde door de dalen stromen en zal ieder kind, iedere vogel, ieder dier en iedere steen het lied van de liefde zingen.
Ooit zei Baba tegen de dorpelingen van Mirthipadu, gelegen in de buurt van Rajahmundry: 'In het zweet van jullie aanschijn veranderen jullie aarde en zand in voedzaam, smakelijk voedsel voor mens en dier. Welk een heilige taak is dat die jullie dagelijks volbrengen! Ik ben erg blij vandaag in jullie midden te zijn. Jullie ondergaan ontelbare ongemakken en zwoegen voortdurend en jullie hebben een sterk vertrouwen in jezelf. Jullie lopen rond op deze groene velden, in de koele bries, onder de blauwe hemel. Wat zou het fijn zijn wanneer jullie, rond deze velden lopend, de glorie van de Heer zouden zingen, de Heer die aanwezig is in al deze schoonheid, al deze overvloed en al deze grootheid! Bezoedel de atmosfeer niet door boze woorden tegen elkaar te schreeuwen; zuiver haar door de naam van de Heer te herhalen.'
En tegen de duizenden arbeiders die bezig waren met het bouwen van een stuwdam in de Krishna-rivier bij Srisailam, zei hij:

'Laat bij dit werk niets aan het toeval over. Dit is een geheiligde taak, die voedsel en geluk zal verschaffen aan tientallen miljoenen mannen, vrouwen en kinderen gedurende vele eeuwen. Waarlijk, jullie leven zal waardevol geweest zijn. Jullie, die hard werken om de grilligheid van deze machtige rivier te bedwingen, moeten ook hard werken om jullie eigen grilligheid te bedwingen. Werp een dam op tegen de enorme stroom van hartstocht, die de vrede en vreugde in jullie huizen in gevaar brengt. Kanaliseer deze naar nuttige akkers. Precies zoals jullie de gezondheidsvoorschriften in acht nemen uit angst om ziek te worden, moeten jullie ook de regels voor zelfbeheersing in acht nemen opdat jullie volmaakte vrede zullen verwerven. Breng iedere ochtend en avond enkele minuten in stilte door voor het altaar in je huis; breng die tijd door met God. Ervaar de voortdurende aanwezigheid van God. Voel dat Hij altijd bij je is, onder alle omstandigheden. Vertrouw op Hem. Het is zijn toneelstuk; jij speelt slechts een rol, bent slechts een acteur.'

Een belangrijk sevaproject, dat evenals zoveel andere projecten geheel betaald wordt uit giften van devotees, is ook het waterproject. Dit is een project voor het verschaffen van veilig en schoon drinkwater aan meer dan zevenhonderd dorpen in het district Anantapur. Door de uitdroging van de grond - een probleem dat al tientallen jaren bestond - moesten er steeds diepere putten worden gegraven en dit leidde ertoe dat er steeds minder putten kwamen. De inwoners van de dorpen moesten daardoor vaak enkele kilometers lopen om water te halen. Bovendien zit er in dit gebied erg veel fluor in het grondwater. Drink je dit water, dan kun je een ongeneeslijke ziekte oplopen die de botten misvormt. Sai Baba vond het kennelijk hoog tijd worden om daar iets aan te doen. Binnen één jaar werden er voor die zevenhonderd dorpen honderden waterreservoirs aangelegd alsmede een aantal waterbassins voor de zomer; bovendien werden er duizenden kilometers pijpleiding gelegd om water te halen uit enkele grote rivieren. In datzelfde jaar 1995 werd aan dit project nog de stad Anantapur zelf toegevoegd en in de jaren daarna nog twee andere districten van de deelstaat Andhra Pradesh. En het eind van de plannen is nog niet in zicht. De overheid vond dit waterproject zó belangrijk dat er een postzegel is uitgegeven met als opschrift 'Sri Sathya Sai Water Supply Project' (18).
Ieder woord dat Baba spreekt en iedere handeling die hij verricht, bevat een boodschap, een les, maar het is niet altijd even gemakkelijk om die les te herkennen. Een voorbeeld zal dit verduidelijken.
Op zaterdagmorgen 20 augustus 1988 gleed Baba in de badkamer uit over een stuk zeep. Hij kwam nogal hard op zijn rug en zijn hoofd terecht en hij werd door een van de studenten, die de klap had gehoord en was komen kijken wat er aan de hand was, naar zijn slaapkamer gebracht. Ofschoon Baba zijn bezorgdheid wegwuifde, haalde de student er toch een van de dokters van het ziekenhuis bij. Deze onderzocht Baba en naar aanleiding van dat onderzoek stonden hij en enkele collega's van hem erop een röntgenfoto te maken van zijn heup. Ondanks de vreselijke pijn weigerde Baba om naar het ziekenhuis te gaan en daarom lieten zij röntgenapparatuur uit Bangalore overkomen. Tenslotte stemde hij in met het maken van die foto en deze wees uit dat hij zijn heup gebroken had.
Een van de dokters zei: 'Swami, u moet vier weken volstrekte bedrust nemen. Dan krijgt de heup de kans weer aan elkaar te groeien.'
Maar Baba antwoordde: 'Ik weet niet wat rust betekent. Ik heb geen rust nodig. Ik zal doorgaan met mijn werk.'
Naar aanleiding van het dringend advies van de dokters en de smeekbeden van devotees gaf Baba niettemin enkele dagen geen darshan, maar ondertussen ging hij wel gewoon door met zijn overige werkzaamheden. En na die paar dagen gaf hij ook weer gewoon darshan.
Op het eerste gezicht lijkt deze gebroken heup in strijd met Baba's uitspraak dat niets hem kan kwetsen en dat hij alleen ziek kan worden wanneer hij een ziekte van een devotee overneemt. Deze gebeurtenis bracht mensen zonder een sterk geloof aan het twijfelen omtrent zijn goddelijkheid.
Waarom heeft hij dit laten gebeuren?
Het lichaam is onderworpen aan de natuurwetten, die door God zijn ingesteld. Wanneer je uitglijdt, val je en kun je je bezeren. Dat geldt ook voor het lichaam van Sai Baba. Ook God moet zich onderwerpen aan zijn eigen natuurwetten. Maar alleen het goddelijke kan die pijn verdragen door zelfbeheersing, door de geest weg te leiden van het lichaamsbewustzijn. De les die hij hiermee gaf, is dat men bij alle lijden en moeilijkheden de geest zou moeten wegleiden. Op die manier kan de pijn worden verzacht. Door zijn voorbeeld heeft hij getoond dat dat mogelijk is. Natuurlijk had hij zichzelf direct kunnen genezen, maar zoals hij ook niet iedere devotee die iets mankeert, direct geneest, zo heeft hij verkozen ook zichzelf niet direct te genezen. Had hij dat wel gedaan, dan had men dat als egoïstisch kunnen beschouwen. Lichamelijke problemen zijn als voorbijgaande wolken. Bij ziekte is er enige tijd nodig voor het herstel van het lichaam. Baba adviseerde de devotees zich gedurende ziekte te oefenen in gelijkmoedigheid en de geest weg te leiden van de pijn overeenkomstig zijn voorbeeld. Zij moesten hun problemen vergeten en proberen zo gelukkig mogelijk te zijn. En zoals hij dat zo vaak doet, raadde hij hun aan voortdurend de naam van God te herhalen.

In hoofdstuk acht was reeds te lezen hoe er enige pogingen zijn gedaan om Baba te doden door hem te vergiftigen of door zijn hut in brand te steken.
Ook in later jaren zijn er pogingen ondernomen om hem te doden zoals de poging om hem te vergiftigen in 1974 en de aanslag op hem in 1993.
Vlak voor hij in maart 1974 naar Brindavan vertrok, bood iemand in Puttaparthi hem een geschenk aan in de vorm van voedsel. Hij wist dat het vergiftigd was en hij wist het motief van de dader. Deze twijfelde aan Baba's goddelijkheid en wilde dat hij zou bewijzen dat hij God was door de uitwerking van het vergif te boven te komen. Zou hem dat niet lukken, dan zou hij sterven of anders voor de rest van zijn leven verlamd blijven. En dus dankte Baba de schenker, nam het voedsel mee naar zijn kamer en at het daar op.
In Brindavan aangekomen merkten enkele devotees iets aan hem en een van hen vroeg: 'Swami, is er iets aan de hand? U loopt zo vreemd.'
'Ik heb een beetje pijn in mijn voeten en enkels. Niets om je druk over te maken,' antwoordde Baba luchtig.
Ondertussen kroop de pijn in zijn benen omhoog en raakten die steeds verder verlamd. Eerst waren het alleen de enkels, maar al spoedig waren zijn benen verlamd tot boven de knie en kon hij niet meer zonder hulp lopen of staan. Om bijvoorbeeld naar de badkamer te gaan, moest hij op zijn handen kruipen, zijn onbruikbare benen achter zich aanslepend. Degenen die bij hem in huis waren, werden langzamerhand steeds ongeruster en dr. Sunder Rao - een oogspecialist uit Bangalore en de enige medicus onder de aanwezigen - onderzocht hem enkele malen. Wanneer hij met een naald in Baba's benen prikte, bleek er geen normale reflex te volgen; zijn benen waren volkomen gevoelloos.
'Swami,' smeekte hij, 'sta mij toe een goede vriend uit Bangalore te bellen. Die is neurochirurg en hij kan u misschien helpen.' 'Dat heeft geen enkele zin,' antwoordde Baba. 'Een dokter kan niets voor mij doen. Heb geduld. Op de juiste tijd zal ik mijzelf genezen.'
In de dagen die volgden, kregen de devotees die in de ashram aanwezig waren, in de gaten dat er iets niet in orde was met Baba's gezondheid en er kwam een geruchtenstroom op gang. Om hen enigszins gerust te stellen, ging Baba zo nu en dan voor een openstaande deur op de bovenverdieping van zijn huis zitten schrijven, zodat iedereen hem kon zien. Hij kon natuurlijk geen darshan geven, lopend over het terrein, en daarom gaf hij soms darshan vanuit een deuropening. Hij stond daar dan schijnbaar gewoon, maar wat de mensen niet konden zien, was dat er aan iedere kant van hem een devotee stond die hem ondersteunde.
De devotees bij Baba in huis wisten dat hij al vele malen ziekten van anderen op zich had genomen en zij vermoedden dat dat nu ook het geval was. Daarom vertelde Baba hun op een gegeven moment dat het hier om iets anders ging. Hij vertelde dat iemand hem vergiftigd voedsel had gegeven. En hij voegde daaraan toe: 'Als deze man dit nodig heeft om tot geloof te komen, dan zal ik hem helpen. Ik moet dus een tijdje lijden aan de gevolgen van het vergif zodat de dader weet dat ik het voedsel heb opgegeten. Hij zal denken dat hij heeft aangetoond dat ik een bedrieger ben en hij zal verwachten dat ik sterf of dat ik blijvend verlamd raak. Dan zal ik mijn goddelijke kracht doen zegevieren door een ogenblikkelijke en volledige genezing!'
Het geduld van degenen om hem heen werd flink op de proef gesteld en sommigen begonnen hun vertrouwen in een goede afloop te verliezen. Het was dr. Sunder Rao die hem tenslotte een ultimatum stelde: 'Swamiji (geliefde Heer), als u zichzelf morgen om zes uur in de namiddag niet hebt genezen, zal ik de specialisten bij u brengen en zullen we beginnen met een volledig medisch onderzoek om tot een behandeling te komen waarop, naar wij hopen, genezing zal volgen.'
Baba gaf geen antwoord, want zowel Rao als de anderen wisten dat het een loos dreigement was.
Die nacht droomde Rao dat hij water sprenkelde op Baba's verlamde benen. Was dit een wensdroom geweest, vroeg de dokter zich later af, of was het een teken? Sai Baba had zichzelf immers reeds in een eerder geval genezen door water te sprenkelen op zijn verlamde hand en been.
De volgende dag leek zijn conditie nog verder verslechterd. De tijdgrens van zes uur kwam en ging voorbij, maar Rao deed geen poging om zijn dreigement uit te voeren. Wat zou dat voor nut hebben als Baba er toch niet mee instemde. Baba zat in zijn stoel en iemand zette een glas vers drinkwater op de tafel naast hem. Hij zag de bezorgde gezichten om zich heen, dronk wat van het water en zei: 'Ik heb er genoeg van. Hieraan moet een einde komen.'
Iedereen keek hem vol verwachting aan. Hij doopte zijn vingers in het glas en sprenkelde een paar druppels op zijn rechterbeen. Toen schopte hij het vooruit en liet het zwaaien om te laten zien dat het weer normaal was. Er klonken zuchten van opluchting en uitroepen van vreugde. Voordat hij zijn linkerbeen kon behandelen, zei Rao: 'Swami, ik heb een droom gehad waarin ik water sprenkelde op uw benen.' Baba knikte.
'Is het voor mij mogelijk om uw been te genezen door er water op te sprenkelen?'
'Ja,' zei Baba, 'als ik je de kracht geef,' en hij overhandigde hem het glas.
Rao sprenkelde enkele druppels water op zijn been en het wonder voltrok zich. Baba schopte en zwaaide met zijn linkerbeen, stond toen op en liep de kamer door alsof er nooit iets mis was geweest.

Op de avond van zondag 6 juni 1993 drongen omstreeks tien uur vier gewapende mannen de tempel binnen. Op de begane grond vermoordden zij Baba's trouwe devotees Radhakrishna en Sai Kumar Mahajan, waarna zij naar boven gingen op zoek naar Sai Baba. Zij drongen zijn kamer binnen en daar werden zij door de inmiddels gewaarschuwde politie gevonden en in een gevecht gedood. Baba had zijn kamer even vóór zij er binnendrongen, in stilte verlaten.
Overigens had Sai Baba Radhakrishna die avond nog verscheidene malen gesproken. Toen hij hem om zeven uur beneden in de tempel aantrof, had hij tegen hem gezegd: 'Radhakrishna, laten wij naar boven gaan. Blijf niet hier zitten.' Omdat hij tegensputterde, had Baba eerst aangedrongen en toen zelfs gedaan alsof hij erg boos op hem was en hij had hem koppig genoemd. Vervolgens was hij alleen naar boven gegaan. Radhakrishna was reeds 22 jaar bij Baba en hij wist dat wat Baba zei voor zijn welzijn was. Toen hij zich dat weer realiseerde, wilde hij zijn gedrag goedmaken en daarom haalde hij later op de avond in de keuken een kan karnemelk voor Baba.
Glimlachend zei hij: 'Swami, u bent boos op mij geweest. Drink deze karnemelk alstublieft en bedaar.'
'Radhakrishna! Het is geen boosheid. Ik heb alles gezegd voor jouw bestwil.'
'Swami denkt misschien dat ik ergens heen zal gaan om met anderen te praten.' Maar Baba antwoordde: 'Als ik dat zou denken, zou ik je dan bij mij houden? Beslist niet. Ik twijfel niet aan jou. Ik zeg dit voor jouw bestwil.
Baba drinkt nooit karnemelk, maar nu dronk hij er iets van om Radhakrishna te plezieren, maar hij stelde een voorwaarde: 'Ik zal de karnemelk drinken omdat jij dat graag wil, maar je moet mij je woord geven dat je weer naar boven komt nadat je de kan beneden in de keuken hebt gezet.'
'Ik kom beslist weer naar boven,' antwoordde hij.
Hij had zijn woord gegeven, maar hij kwam niet terug en om tien uur haalde de dood hem in.
Slechte mensen doen zelf geen goede daden, maar zij kunnen ook niet verdragen dat anderen goede daden doen. Alles wat Sai Baba doet, is onzelfzuchtig en bedoeld voor het welzijn van de wereld en dat is een bron van jaloezie.
Baba zei naar aanleiding van deze aanslag: 'Vandaag de dag is de ziekte van de jaloezie binnengedrongen in ieder terrein van handeling. Als gevolg daarvan vinden dergelijke afschuwelijke gebeurtenissen van tijd tot tijd plaats. (...) Zoals honger voortkomt uit de spijsvertering, zo komt jaloezie voort uit het verdwijnen van edele beweegredenen. Iemand die jaloers is, kan het niet verdragen iemand te zien die goed is of knap en aantrekkelijk. Hij kan het niet verdragen om te kijken naar iemand die een goede naam verwerft of een uitstekende positie heeft verkregen.'
En verder zei hij:

'In de wereld van vandaag worden Sai's naam en daden over de hele wereld bekend. Om dit op welke manier dan ook tegen te werken en te kleineren, nemen jaloerse mensen hun toevlucht tot bepaalde vormen van propaganda. Deze propaganda-acties zullen mijn reputatie op geen enkele manier aantasten. Mijn zuiverheid is de wezenlijke oorzaak van de glorie van mijn naam. Het is niet te danken aan enige vorm van publiciteit of propaganda. Mijn allesdoordringende onbaatzuchtige liefde is de oorzaak. Niemand kan deze zuivere liefde aantasten. Ik ben niemand vijandig gezind. Swami heeft niemand kwaad gedaan. Hoe kan iemand Swami kwaad doen? Het is onmogelijk.'

Sinds deze gebeurtenis zijn de veiligheidsmaatregelen in de ashram in opdracht van de overheid verscherpt. Zo zijn er metaaldetectors - poortjes - geplaatst bij de ingang van het tempelplein en wordt men daar door vrijwilligers gefouilleerd. Bovendien woont Baba sedertdien niet meer in de tempel, maar in een kamer van het daartoe verbouwde Poornachandra Auditorium.

De pogingen die in de loop der jaren zijn gedaan om Sai Baba te doden, hadden met name tot doel hem te ontmaskeren als een bedrieger.
Er is echter ook een wetenschapper (
19) die een studie heeft gemaakt van zijn wonderen en daaraan een heel boek heeft gewijd. Zijn - typisch wetenschappelijke - conclusie luidde dat hij geen bewijs had gevonden dat Baba zich aan bedrog zou schuldig maken.
Ook de beroemde Amerikaanse goochelaar Doug Henning heeft zich verdiept in zijn wonderen. Hij concludeerde dat hij met een goede voorbereiding de meeste van de wonderen zou kunnen nadoen - door middel van vingervlugheid. Maar hij gaf toe dat geen enkele goochelaar op verzoek van iemand uit het publiek onmiddellijk ieder gewenst voorwerp tevoorschijn zou kunnen halen.

Ook kranten en tijdschriften en radio en televisie hebben in de loop der tijd veel aandacht besteed aan Baba's doen en laten en het was deze media daarbij bepaald niet altijd te doen om zijn taak te ondersteunen. Vaak gaat het bij de medewerkers van deze media om sensatie en geld. Sommige mensen vallen Baba aan om zelf in de belangstelling te komen, zoals de man die hem ooit via de roddelpers uitdaagde voor een wedstrijd in het verrichten van wonderen. En sommigen keren zich tegen hem met bitterheid en wrok omdat zij niet de wereldse gunsten van hem krijgen die zij wensen.
Veel ophef ontstond er naar aanleiding van het krantenartikel dat op Baba's verjaardag in 1992 verscheen in de Deccan Chronicle in Hyderabad. De kop op de voorpagina luidde: DD tape unveils Baba magic, en in het artikel werd beweerd dat op een film, gemaakt door de Indiase televisie (Doordarshan, DD) tijdens een belangrijke gebeurtenis in Hyderabad op 29 augustus, te zien was hoe Baba stiekem een gouden ketting van een assistent aanpakte, een cirkelende beweging met zijn hand maakte en vervolgens deze ketting zogenaamd materialiseerde. Volgens de krant zou de ketting hem in handen zijn gespeeld op het moment dat de betreffende assistent hem een grote beker op een houten voetstuk overhandigde. Verder zei de krant dat er volgens betrouwbare bronnen tot op het hoogste niveau pogingen waren ondernomen om alle kopieën van deze film te vernietigen. Maar de moederband zou nog aanwezig zijn in het archief van de DD. De Deccan Chronicle had de hand kunnen leggen op een kopie en publiceerde vijf foto's van zeer slechte kwaliteit, afkomstig uit de betreffende film, waaruit het bedrog zou moeten blijken.
De gebeurtenis waarover de krant sprak, betrof de inwijding van een grote feestzaal in tegenwoordigheid van een groot aantal hoogwaardigheidsbekleders, waaronder de toenmalige eerste minister van India, Sri P.V. Narasimha Rao. Op een gegeven moment pakte Baba de beker aan van zijn assistent. Omdat deze nogal zwaar was, bleef de assistent hem ook vasthouden en samen overhandigden zij de beker aan de architect van het gebouw. De gouden ketting zou Baba zijn overhandigd op het moment dat zijn linkerhand de rechterhand van zijn assistent onder de beker zou hebben aangeraakt. Nadat zij de beker aan de architect hadden overhandigd, zou hij de ketting van zijn linkerhand hebben overgenomen in zijn rechterhand, een draaiende beweging hebben gemaakt en de ketting tevoorschijn hebben gehaald. De ketting was bestemd voor de architect en Baba heeft hem om diens nek gehangen.
Naar aanleiding van het artikel ontving de krant meer dan tweehonderd brieven van lezers. Sommige schrijvers feliciteerden de krant met de ontmaskering van een bedrieger, andere stelden dat men toch respect voor Baba moest hebben omdat hij zoveel goede dingen voor de samenleving deed. Er waren ook schrijvers die op grond van de gepubliceerde foto's stelden dat daarop helemaal niets te zien was wat zou wijzen op het overhandigen van een voorwerp en die zich bovendien afvroegen hoe het dan zat met al die andere wonderen die Baba deed. Een van de briefschrijvers meende zelfs dat de krant de foto's met opzet zo vaag had gemaakt om Baba vals te kunnen beschuldigen en dat de film wellicht het resultaat was van zorgvuldige montage met hetzelfde doel.
Inmiddels is de film door verscheidene deskundigen met behulp van allerlei apparatuur bestudeerd en is gebleken dat er geen sprake is van het overhandigen van een ketting.
Dit verhaal heeft niet tot doel om Sai Baba te verdedigen, maar om duidelijk te maken dat men niet alles direct moet geloven wat er over hem gezegd wordt. De informatie uit het artikel in de Deccan Chronicle is zonder verder onderzoek door een groot aantal kranten en tijdschriften overgenomen en zo hebben miljoenen mensen kennis kunnen nemen van deze tekst. Voor Sai Baba zijn lof en blaam hetzelfde; zij hebben geen invloed op hem [
*]. Maar devotees kunnen in de war raken en gaan twijfelen als gevolg van dergelijke verhalen. En daarom zegt Baba: 'Kom, zie, ervaar, onderzoek en geloof dan!'

Achter de middelbare scholen buiten de ashram ligt het Hillview Stadium en tegenwoordig wordt daar ieder jaar in januari een grote sportmanifestatie gehouden waaraan zeer vele studenten deelnemen. Zij doen dat omdat zij denken dat zij Baba daarmee gelukkig maken. Maar maken zij hem gelukkig wanneer zij bijvoorbeeld hun moed tonen door door een ring van vuur te springen of van een met hoge snelheid rijdende vrachtwagen af te springen? Baba zegt dat hij pas werkelijk gelukkig is wanneer alle studenten veilig en ongedeerd zijn en het publiek blij en tevreden is met hun verrichtingen! Toch zit er ook in deze sportwedstrijden een les. In de samenleving wordt meestal de nadruk gelegd op het wedstrijdelement, op wedijver en op winnen, het strijden van school tegen school, van leerling tegen leerling. Maar Baba vindt de manier waarop winnen of verliezen wordt aanvaard veel belangrijker dan het werkelijke resultaat. Hij vraagt daarom altijd aan de winnaars om de verliezers te bedanken, want wanneer de verliezers meer hun best hadden gedaan, hadden zij gewonnen en de huidige winnaars zouden geen prijzen hebben gekregen.

Net als andere jaren was het ook in 1999 de bedoeling dat studenten van de lagere en middelbare scholen en van de universiteit in Prasanthi Nilayam aan de sportmanifestatie zouden deelnemen, evenals studenten van enkele colleges. Toen Baba in december uit Brindavan vertrok, instrueerde hij het hoofd van het college daar om de jongens niet naar de sportdag te laten gaan. Terug in Prasanthi zei hij tegen de rector van de universiteit dat hij er geen bezwaar tegen had als de jongens zouden deelnemen aan verschillende takken van sport en spel zoals badminton, tennis en volleybal, maar tegelijkertijd waarschuwde hij hem om zich ervan te verzekeren dat tijdens het voor de elfde januari voorziene programma niemand van de deelnemers of het publiek letsel zou oplopen. De rector bracht Baba's woorden over aan de studenten die vol liefde bezig waren met het samenstellen van het programma, maar deze namen zijn woorden niet al te ernstig. Baba wist dat er gevaar dreigde, maar hij voelde ook dat het op dat moment geen zin had om hun advies te geven. Pas wanneer zij geconfronteerd zouden worden met de nasleep van hun ongehoorzaamheid aan zijn bevel, zouden zij de waarde van zijn woorden gaan beseffen.
Op de ochtend van de elfde werd Baba het stadion binnengereden in een tot praalwagen omgetoverde grote, met zilverbeslag versierde open auto. Hij zat achterin op een hoge zetel, die voorzien was van een baldakijn. Onmiddellijk zag hij twee vrachtwagens staan waaroverheen grote stellages waren gemonteerd. Enkele jongens zouden daarop acrobatische toeren verrichten. Hij wist dat een van de stangen niet goed was vastgemaakt en op het punt stond het te begeven. Als dat zou gebeuren, zouden de jongens zwaar hoofd- en rugletsel oplopen. Hij wilde dat zij gered zouden worden en hij besloot dit ongeval op zich te nemen.
Hij zei tegen de oudere devotee die de wagen bestuurde, dat hij moest stoppen. Dat deed hij. Maar juist toen Baba de rector wilde aanspreken, haalde de chauffeur per ongeluk zijn voet van de koppeling. De auto schokte en Baba viel in de wagen. Hierbij verwondde hij zijn hoofd, zijn hand en zijn ruggengraat. Omdat hij wist dat er onrust zou ontstaan wanneer hij bleef liggen, stond hij meteen op, zonder acht te slaan op de pijn, en begon te wuiven naar de devotees. De pijn was intens en de snee in zijn hand was zo diep dat het leek alsof er een mes doorheen was gegaan. De mouw van zijn kafni was niet gescheurd en daardoor had niemand in de gaten wat er aan de hand was.
Gehechtheid aan het lichaam is menselijk; volledige onthechting is goddelijk. Gehechtheid aan het lichaam is de oorzaak van alle lijden en ellende. Het is voor God volstrekt onbelangrijk of zijn lichaam lijdt aangezien Hij er op geen enkele wijze aan gehecht is. Alles wat zijn lichaam overkomt, is voor het welzijn van de wereld.
Maar nu bevond Baba zich in een lastige situatie. Hij moest het podium oplopen zonder dat men zijn verwondingen zou opmerken. Hij slaagde daarin en ging op zijn plaats zitten. Intussen was de dhoti onder zijn lange gewaad met bloed doordrenkt geraakt en daarom stond hij op en liep voorzichtig naar de toiletruimte. Nadat hij het bloed zo goed mogelijk had opgedept met de aanwezige handdoeken, besloot hij deze te wassen. Wanneer hij de met bloed bevlekte handdoeken zou achterlaten, zou iemand ze kunnen vinden en zich gaan afvragen wat er aan de hand was. Hoewel de pijn ondraaglijk was, waste hij de handdoeken met zeep, wrong ze uit en hing ze op om te drogen. In korte tijd ging hij wel vijf of zes keer naar de toiletruimte om zijn lichaam te verzorgen en dat verbaasde enkele jongens. Hij wimpelde hun vragen echter af.
Toen hij opstond om de vlag te hijsen, stond hij te wankelen, maar niettemin liep hij glimlachend naar voren. De wedstrijden namen een aanvang en iedere keer wanneer een groep gewonnen had, wilden zij met Baba op de foto. Omdat hij niemand wilde teleurstellen, moest hij dus gedurende de volgende vijf uren vele malen opstaan en het speelveld oplopen.
Na afloop van de manifestatie ging hij terug naar de tempel. De chauffeur van de auto maakte van de gelegenheid gebruik om hem aan te spreken.
'Swami, het spijt mij ontzettend dat u door mijn schuld bent gevallen. Ik hoop niet dat u zich pijn heeft gedaan.'
'Waarom maak je je zorgen over het verleden?' antwoordde hij. 'Voorbij is voorbij. Ik ben gelukkig. Maak je over mij niet bezorgd.'
Na de lunch begonnen zijn wonden weer te bloeden. Hij ging naar het toilet, maar juist toen hij bezig was met het opdeppen van het bloed, kwam Indulal Shah binnen.
'Swami, wat is er aan de hand?' riep deze uit.
Terwijl Baba hem zijn verwondingen toonde, zei hij liefdevol:
'Indulal Shah, alles wat met het lichaam moest gebeuren, is gebeurd.'
De andere aanwezigen, die op het gerucht waren afgekomen, schreeuwden het uit van verdriet toen zij overal bloed zagen.
Baba hief een hand op om hen tot kalmte te manen en zei: 'In het vervolg zal ik niets meer laten merken als jullie je verdriet op deze wijze tonen.'
Alles wat op deze dag was voorgevallen, was geheel overeenkomstig Baba's wil. Noch de studenten, noch de chauffeur waren ervoor verantwoordelijk. Zoals hij wel vaker deed, had hij het lijden overgenomen van een devotee.
In de dagen erna vroegen studenten die niets van het gebeurde wisten, hem geregeld waarom hij zo langzaam liep. Hij zei dan bijvoorbeeld met een lach: 'Er is niet genoeg ruimte voor mij om te rennen. Was die er wel, dan zou ik ook bereid zijn om te rennen.'
Enkele dagen later vertelde Baba dit hele verhaal in een toespraak en in diezelfde toespraak zei hij: 'Ik heb dit lijden alleen ten behoeve van jullie op mij genomen en in antwoord op jullie gebeden heb ik besloten mij nu ter wille van jullie te genezen.' En zo geschiedde het.
Uit dit verhaal blijkt eens temeer dat Sai Baba liefde is en dat hij tot het uiterste gaat om zijn devotees te beschermen. Bovendien zegt hij dat er tegenover elke daad van genade die aan ons bekend is, duizenden andere zijn waarvan wij geen weet hebben
!


 

' Om is de klank '

'Om is de klank die de schepping doorklinkt
Om is de trilling die alles doordringt
Om is het woord dat de Heer tot ons zingt
Om is de liefde die allen verbindt
Om Hari Om Hari Om
Shanti Shanti Shanti'

Zie de film: - His Work - Bhagavân S'rî Sathya Sai's Work -  
'My Life is My Message' 162 MB

[zie ook
S.B. 11.11: 16 en B.G. 5: 18].

  |  

 
 
 


 
 


VAHINI'S
INHOUD
BABABOOKS