Woordenlijst:
hier zijn de woorden verzameld die in de Vahini's op deze
site door Sai Baba zijn uitgelegd aangevuld met
woordbetekenissen uit het S'rîmad Bhâgavatam
en Bhagavad Gîtâ.
|A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M|N|O|P|QR|S|T|U|V|W|XYZ|
Deze
lijst in het Engels
U
- Udaraposhana:
Toegeven aan begeerte (PV-8)
-
Upadanakarana:
'God is de directe oorzaak van de kosmos'.
Directe oorzaak betekent datgene wat het
resultaat tot stand heeft gebracht. De
'oorzaak' is een andere vorm van 'resultaat'.
Het resultaat kan niet losstaan van de
oorzaak. Ieder resultaat dat wij waarnemen,
is niets anders dan de oorzaak die een nieuwe
gedaante heeft aangenomen. De kosmos is het
resultaat, God is de oorzaak - deze woorden
willen slechts het feit benadrukken dat de
kosmos niets anders is dan God, in een andere
vorm. (SSV-9)
- Upa-dharma:
gemoraliseer
zonder liefde voor de waarheid in relatie tot
Krishna
(sathya-dharma).
Subreligieus bezig zijn zonder werkelijke
dienstbaarheid.
- Het dharma
zelfverzonnen als iets anders. (zie SB
7.15:
12-14)
- Upadhi:
het omhulsel, de houder (SSV-14)
- Upanishads:
'Filosofische
oefeningen';
heilige
geschriften (PV-14)
Oude geschriften van het Hindoeïsme,
waarin voor het eerst de gedachte van de
eenheid van God en mens naar voren komt
(ongeveer vanaf 700 v. Chr. opgetekend).
Upanishads:
filosofisch gedeelte van de Veda's,
honderdacht in
getal
bedoeld
om de persoonlijke aard van de Absolute
Waarheid te begrijpen. In het
Bhâgavatam worden ze samengevat in
10.87.
- Upanishad
vidya: Kennis
van de eeuwige waarheid (PV-14)
- Upâsana:
(dienen,
dienst, bedienen, opwachten, respect;
eerbetoon, verering, aanbidding) Aanbidding:
bestaand uit vijf delen, te weten:
- Abhigamana of benaderen,
- Upâdâna of het
voorbereiden op het offeren,
- Ijyâ of the uitgieting, de
offergave,
- Svâdhyâya of
reciteren,
- Yoga of devotie.
- Upâsana-kânda:
het gedeelte van de Veda's dat de toegewijde
dienst behandelt (zie ook Veda's).
- Usanâ:
'denker der hitte' ofwel
Sukrâcârya (BG:10-37)
- Ushira-wortel:
Deze wortel verspreidt een zoete geur;
tulasi, het heilig koningskruid,
Krishna's
lievelingsplant, heeft aromatische
bloemtrosjes en blaadjes; kus'agras wordt
verwerkt in ceremoniële zit- of
sta-matjes.
- Uthama:
Toewijding op het hoogste nivo: het herkennen
van Krishna (onze Lieve Heer) in alles en
allen (PV-11)
- "Uthishtatha!
Jagratha!
Prapyavarannibodatha!":
"Sta op! Ontwaak! Ontsteek je licht door naar
de grote leraren te gaan!" (citaat uit de
Kathopanishad) (PV-29)
- Uttama:
(allerhoogste, uiterst) toewijding op het
hoogste nivo: het herkennen van Krishna in
alles en allen (zie ook: mahâbhagavata).
- Uttamas'loka:
De Heer geprezen in de Geschriften
(SB,
9-4:24)
|